Geschiedenis
van de Vicarie Sancti Nicolai
De geschiedenis van De Vicarie is beschreven in het boek
'Een goed voor de eeuwigheid' dat in opdracht van het
bestuur in 2001 is uitgegeven. Zie Publicaties.
De navolgende paginas geven de geschiedenis van de Vicarie
in volgelvlucht weer.
Samenvatting boek
Oprichting
Doel en relatie met St. Jacobskerk te Winterswijk
Gewijzigd doel
Overheidstoezicht
Lijst van collatoren en begunstigden
Landgoed “de Batenborgh“ bij Winterswijk
beheer en expoliatie van het Landgoed
Het huis van de Vicarie
De kapel van de Vicarie in Lievelde (Lichtenvoorde)
Bestuur
Andere nog bestaande vicarie-stichtingen
Juridische aspecten van vicarie-stichtingen
Het wapen en de lustrumpenning
Samenvatting boek
EEN GOED VOOR DE EEUWIGHEID,
DE GELDERSE VICARIE SANCTI NICOLAI, 1501 2001
Deze publicatie behandelt een belangwekkend thema dat niet vaak uitvoerige aandacht heeft gekregen in de historische literatuur. Bedoeld zijn de zogeheten vicarieën, de vrome stichtingen die gedurende de late Middeleeuwen werden opgericht, met als doelstelling een priester voldoende inkomen te verschaffen om op vaste, geregelde tijden missen voor het zielenheil op te dragen. Aan de hand van een diepgravende geschiedenis van de op 27 oktober 1501 in de Winterswijkse Jacobskerk gestichte Vicarie Sancti Nicolai wordt een verhaal verteld dat in menig opzicht exemplarisch is voor de geschiedenis van talloze andere vicariestichtingen. De oprichting van de vele vicarieën in de vijftiende en vroege zestiende eeuw was niet alleen een manifestatie van de in die tijd virulente angst voor het vagevuur. Zij vormde tevens een weerspiegeling van het laatmiddeleeuwse gemeenschapsdenken. In veel gevallen was het zo dat de stichting van een vicarie niet het gevolg was van de goedgevendheid van één enkele persoon of familie, maar het resultaat was van een gemeenschappelijke inspanning en een weerspiegeling vormde van een bloeiend parochieleven. Zo ook in Winterswijk, waar de oprichting van de Vicarie Sancti Nicolai plaatsvond in een periode waarin de plaatselijke parochiekerk een aanzienlijke uitbreiding onderging.
Na de Reformatie kregen de vicariestichtingen in ons land een nieuwe bestemming. De overheid stelde zich op het standpunt dat de inkomsten uit de stichtingen ten nutte moesten komen van de gereformeerde Kerk en de Staat. Daarom probeerde zij het beheer en de begeving van de vicarieën onder hun gezag te brengen. In de loop van de zeventiende eeuw zijn bij herhaling plakkaten afgekondigd om gestalte te geven aan het streven de oude fundaties tot een instrument van een gereformeerde onderwijs- en kerkpolitiek te maken. Deze overheidspolitiek leidde echter herhaaldelijk tot ernstige tegenwerking. Dat was ook bij de Vicarie Sancti Nicolai het geval. Het collatierecht van de vicarie het recht om de jaarlijkse inkomsten uit de stichting aan een begunstigde toe te wijzen lag eeuwenlang bij een telg uit de katholieke juristenfamilie Van Basten, later (Van Basten) Batenburg. De vraag wie recht op de inkomsten uit deze Winterswijkse stichting had, zorgde voor vele langdurige en hevige conflicten, voor processen en voor ingrijpen van de overheid.
De echte neergang van de oude vicariestichtingen voltrok zich pas na het einde van het ancien régime. Veel vicariegoederen werden verkocht of verduisterd. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd de nationale politiek zich echter bewust van het probleem, waarna de vicarieën het middelpunt gingen vormen van een langdurig politiek en juridisch debat, dat onder meer uitmondde in de instelling van een staatscommissie. Een definitieve regeling bleef echter uit. Mede als gevolg hiervan is de overgrote meerderheid van de oude stichtingen opgeheven. Slechts een klein aantal heeft zich aan dit lot weten te onttrekken. Een van hen is de Vicarie Sancti Nicolai, die nog steeds als studiefonds fungeert.
In deze heldere studie wordt een boeiend beeld geschetst van de rijke, nu al vijfhonderd jaar durende geschiedenis van de Vicarie Sancti Nicolai. Uitvoerig gaan de auteurs in op het mentale en familiale kader waarbinnen de oprichting van de vicarie zich voltrok, op het leven van de priester-vicarissen in de zestiende eeuw, op de onrustige en gewelddadige periode van de Tachtigjarige Oorlog en op de vele, vaak hoogoplopende familieruzies die tot in de twintigste eeuw ontstonden over de toewijzing van de vicariebeurzen. Steeds wordt het verhaal verteld in samenhang met de lotgevallen van andere vicariestichtingen en tegen de achtergrond van algemene maatschappelijke en religieuze ontwikkelingen. Het boek is dan ook interessant voor iedereen met belangstelling voor de rechts-, kerk- en onderwijshistorie.
auteurs
Drs. Conrad Gietman (1966) is als redacteur werkzaam bij het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag. Drs. Arjan Verschoor (1962) is als docent geschiedenis verbonden aan het St.-Oelbertgymnasium te Oosterhout. Beiden studeerden geschiedenis in Utrecht. De auteurs zijn vanuit de Stichting begeleid door een redactiecommissie, bestaande uit Didy van Basten Batenburg De Jong van den Brand en mr R.G.C.M.M. van Basten Batenburg.
ISBN 90-75879-148, Uitgeverij Van Gruting te Westervoort, www.van-gruting.demon.nl
Noot op verzoek van de auteurs:
'De auteurs hechten er waarde aan mee te delen dat zij in de ironisch getoonzette passages over de conflicten die in de jaren 1940 ontstonden over het collatorschap van de vicarie Sancti Nicolai (p. 150-151) geenszins de intentie hebben gehad een beeld van F.J.H. Weyn Banningh als persoon te schetsen. Mochten de passages bij sommigen toch deze indruk hebben gewekt, dan betreuren zij dit.'
(omhoog)
Oprichting in 1501
De Stichting Vicarie Sancti Nicolai wordt (naar wereldlijk recht) opgericht op 27 oktober 1501 te Winterswijk door Herman van Basten, richter van de heerlijkheid Bredevoord.
De Stichting wordt op 13 maart 1502, namens de bisschop van Munster, verheven tot een 'beneficium ecclesiasticum' en is daardoor een geestelijke stichting (naar kerkelijk recht) geworden. De beide originele akten zijn bewaard gebleven en nog steeds in bezit van de Stichting.
Omdat men vroeger geen stichtingen kende die men inschreef in de Kamer van Koophandel en men zich niet kon voorstellen dat een vermogen niet een persoon toebehoorde, werd zon stichting gekoppeld aan een altaar. Voor de oprichting was daarom ook toestemming nodig van de pastoor van zon kerk. ( Zie foto van de Transfix door akte van 1502 waarbij de pastoor van de Jacobskerk toestemming verleent voor de oprichting.)
De Stichting is eigenlijk nog ouder, want reeds in 1478 worden goederen geschonken aan de voorloper van deze vicariestichting. De omvang van de geschonken goederen was pas in 1501 zodanig dat de inkomsten voldoende groot waren om een begunstigde geheel van levensonderhoud te voorzien. Daar hoorde ook een huis bij om in te wonen.
De oprichting houdt waarschijnlijk ook verband met de financiering van de bouw van de St. Jacobskerk te Winterswijk (zie foto Sta jacobskerk).
(omhoog)
Doel en relatie met St. Jacobskerk te Winterswijk
Tot meerdere glorie van God heeft de oprichter, met een aantal vrienden en familieleden, een deel van zijn vermogen aan deze Stichting afgestaan. Het doel werd bereikt door een geestelijke in zijn levensonderhoud te voorzien. Deze was verbonden aan het altaar toegewijd aan de heilige Nicolaas, Johannes de doper en de martelaar Christoforus in de St. Jacobskerk te Winterswijk. De begunstigde kon ook iemand zijn die voor priester werd opgeleid. Deze geestelijke had tot taak God te dienen. Aan dit altaar heeft de Vicarie in de volksmond uiteindelijk haar naam ontleend (ook wel: St. Nicolaas-vicarie) (zie foto schildering boven altaar St. jacobskerk). De St. Jacobskerk is tijdens de Reformatie overgegaan naar de Nederlands Hervormde gemeente.
De eerste begunstigde is de zoon van de collator. Tot en met het jaar 1604 is de begunstigde altijd een priester.
(omhoog)
Gewijzigd doel vanaf de Reformatie
Ten gevolge van de Reformatie wordt in 1582 het verbod afgekondigd van de openbare uitoefening van enig ander godsdienst dan de 'ware Hervormde religie', waardoor ook de doelstelling van deze Stichting feitelijk onmogelijk wordt.
Een Gelders plakkaat uit 1582 bepaalt dat in het vervolg het laten studeren van jongeren, om de kerk of staat te kunnen dienen, als de ware Christelijke bestemming van de vicariestichtingen (in Gelderland) wordt beschouwd.
In 1594 (en herhaaldelijk daarna) bevelen de Staten van Gelderland dat alle vicariestichtingen 1/3 deel van de inkomsten moeten uitkeren voor het onderhoud van kerk- en schooldienaren, in de gemeente waar de vicarie was gesticht.
In 1685 wordt door de Staten van het Kwartier van Zutphen een reglement voor de vicarieën afgekondigd. Daarin wordt gesteld dat de begunstigde Hervormd moet zijn en op een Hervormde onderwijsinstelling moet studeren, en worden de vorige bepalingen weer herhaald. Het herhalen van bepalingen wijst erop dat het gezag van de overheid indertijd met meer vrijmoedigheid werd bejegend.
Uit de praktijk blijkt dat tussen ca. 1600 en 1800 het merendeel van de begunstigden wel van Hervormde huize zijn, maar toch (soms ver) familieleden zijn. Soms lukt het collatoren overigens in die periode toch hun eigen (Rooms-katholieke) kinderen van de opbrengsten te laten genieten.
Ten gevolge van de Bataafse omwenteling (ten tijde van de Franse revolutie) wordt in 1798 voor het eerst weer een Rooms-katholieke student als begunstigde aangewezen door de collator van de Stichting.
(omhoog)
overheidstoezicht
De overheden van het hertogdom Gelre gaan zich aan het einde van 16e eeuw met de vicarie-stichtingen bemoeien en brengen deze onder controle van het wereldlijke recht.
Sinds een Besluit uit 1814 wordt elke collator erkend en elke begeving van de collator bevestigd door een beschikking van de Minister (van Onderwijs).
Door een wet uit 1974 is het Besluit uit 1814 ingetrokken. In 1975 wordt voor het laatst door de overheid een begeving aan een begunstigde bevestigd. Op basis van de wet uit 1974 wordt uiteindelijk in 1989 het 'recht' van de Staat op 1/3 deel van de jaarlijkse inkomsten afgekocht.
De inkomsten worden, zeker sinds 1798, weer aangewend voor het levensonderhoud van mannelijke en vrouwelijke familieleden die een (deeltijd) opleiding volgen. Vanaf lagere school tot universiteit, maar ook priesteropleidingen.
In 1974 wordt bij wet een einde gemaakt aan de overheidsbemoeienis en wordt het besluit uit 1814 ingetrokken. Sinds 1979 zijn de statuten van de Stichting aangepast aan de eisen van het nieuwe Burgerlijk Wetboek. De Vicarie heeft hiermee de juridische jas van een stichting aangetrokken
(omhoog)
lijst van collatoren en begunstigden
Door de Stichting wordt een lijst bijgehouden van alle collatoren en begunstigden sinds de oprichting in 1501.
(omhoog)
Landgoed ´de Batenborgh´ bij Winterswijk
De wortels van de landgoederen van de Stichting Vicarie Sancti Nicolai in Winterswijk reiken zeker terug tot 1478, en misschien wel tot 1473, toen de bouw van het nieuwe koor van de Jacobskerk in Winterswijk bijna was voltooid. De oudste inventaris in het vicarie-archief vermeldt voor het laatstgenoemde jaar een ‘pergamentbrieff’, uitgevaardigd door Henrich Rordinck, Claus van Polwick en Johan ten Kreill, die betrekking heeft op de vicariestichting.
De oprichtings akten van de Vicarie uit 1501/1502 vermelden ook nog giften waarvan niet meer precies is te achterhalen wanneer zij zijn gedaan. Hierbij een aanzet voor een inventarisatie. Alle goederen liggen in Winterswijk, tenzij anders vermeld.
Bethlehemse huisstede
In 1478 schonken de heer van Gemen, Bruin ten Torne pastoor te Winterswijk en de edelman Rutger van Graes het goed die Bethlehemsche husstede, mit etzlich hoylandt (1501: een weide om twee koeien te weiden).
Debbinck (Corle)
In 1485 wordt namens de overleden Dirk van Lintelo een jaarrente geschonken uit de hof Debbinck, buurtschap ‘Korle’ (1632: heette het Caerlo).
Esselinck (Meddo)
In 1487 werd namens de heer Reinir de Huische (Reyner de Hussche), priester in de Jacobskerk, een jaarrente geschonken ten laste van het Engelenhues in Groenlo, gaande uit het klooster-‘erve undguede Esselynck to Meddehoe’.
Nijenhuis (Brinkheurne)
Herman van Basten en zijn vrouw Lumme Kremer schonken in 1501 een rente uit ‘ datt guett Nijenhuss’ (in 1632: Nihenhuess in die Brienkhorn).
En ongedateerd zijn door dit echtpaar ook de rentes uit de volgende drie goederen geschonken:
Ten Wyle (Liedern, Bocholt Dld.)
Een rentebrief uit de bezitting of de hof ten Wyle met haar toebehoren, gelegen in het kerspel Bocholt en de buurtschap Lyderen.
Lutteken Plekenpol ( ’t Woold )
De opbrengsten uit het goed (ten) Lutken Plekenpole (1632: Luetteken Plekenpoll) in de buurtschap Wolt.
Neeth (Barlo, Aalten)
De opbrengsten uit het guedt Ten Nyet (1501: Ter Nedt; 1632: tho Niett), buurtschap Berlle (Berle), kerspel Aalten.
Arresveld (dorp, richting Corle)
Heer Arnold Kremer, de pastoor van de Jacobskerk in Winterswijk en wrs. de zwager van de oprichter Herman van Basten, deed in 1501 een belangrijke schenking in de vorm van het goed to Arusfeldt, en een huis, gelegen tussen de pastorie en Ludeke Kedden, in de buurtschap Dorpbuer (1605: Arrisfelt, Arrissfeldt).
Uit een eerdere akte blijkt dat in 1402 Goesen van Honesse en zijn vrouw Hilligerdt dat guet Arrissfelt verkocht hebben aan Wiegbolt ten Balkenschott (Balkenschot).
Rensinck (Miste)
Op 13 april 1503 schonken de drost Reyneke Rasehorn en zijn vrouw Hadewich een rente uit demerve und guede Rensynck (1605: Rensingh) in de buurtschap Miste.
Kort na 1502 schonk het hele kerspel Winterswijk een jaarrente uit:
- dat Scarsvort ( 1605: datt peell an die Scharsfortt (mogelijk al in 1492 geschonken) 1632: ein cathe genant der Schaerssforth; katerstede Schaersforth)
- dat Smollert voer Wyllynck (1605: Smollert frowWillnigh)
- dess Vryessenkempe (1605: Fresenkamp)
- Johan Rockes kempe und gorden ynd Woolden (1605: Johan Roeckes kampe und gaerdene, in dem Wolde,
- der Brock bij Korttscate (Braach frau Kortschat
Berninck (Ratum)
In 1524 gaf de Winterswijkse edelman Vijth van Munster een jaarrente uit zijn erve endguede tho Berninck, gelegen in buurtschap to Rhaetman (1605: Berninck; zu Berninck). Bij die gelegenheid had de edelman Herman van Eerde zich met zijn echtgenote borg gesteld voor de geregelde betaling van de rente en hiertoe de goederen Herdinck en Wesselingk als onderpand gegeven.
Langenkamp (dorp)
De benaming ‘Langencamp bij den dorpe thoe Wenterswick gelegen’ wordt voor het eerst expliciet vermeld in 1634 als een van de landgoederen van de Vicarie en is in 1762 verkocht.
In het boek ‘Een goed voor de eeuwigheid’ (2001) wordt geconcludeerd dat de Vicarie Sancti Nicolai in de zeventiende eeuw een van de rijkste stichtingen in het ambt Bredevoort was.
Ontwikkelingen in de 19 e-21 e eeuw
Het landgoed van de vicarie bestond in de eerste helft van de negentiende eeuw vrijwel geheel uit weiland en bouwland rond Winterswijk.
Een overzichtje van omstreeks 1824 vermeldt een totale oppervlakte van ruim 12 hectare. De kern van het goederenbezit was nog altijd de landerijen op het Arresveld, en enkele percelen die meer naar het zuiden waren gelegen.
Daarnaast had stichting nog het kapitaaltje van fl. 345,- (de opbrengst van de verkoop van de Langenkamp in 1762) dat oorspronkelijk was belegd op het Politicq Comptoir van Zutphen, maar inmiddels was omgezet in een grootboekinschrijving. Het bracht nauwelijks iets op, aangezien de jaarlijkse rente slechts 1,59% bedroeg. Een uitgang uit het erve Wesselinck (in 1815 Wisseling’ genoemd) stond nog wel op de ‘Staat der vicarijen in de provintie Gelderland’ uit 1815, maar was (waarschijnlijk sinds lang) afgekocht.
Van de rentebrieven die de vicarie in de veertiende en vijftiende eeuw had verworven, was verder niets meer over, of zij zijn tot eigendom geworden.
Een belangrijke uitbreiding van het vermogen vond omstreeks 1840 plaats, toen de vicarie ruim dertien hectare heidegrond erwierf bij de Winterswijkse markeverdeling, gelegen langs de oude spoorweg van Groenlo naar Winterswijk, tussen de huidige Meekertweg en het Arresveld.
Het grondbezit van de vicarie verdubbelde hiermee in één keer.
Eind twintigste eeuw en vroeg in de 21 e eeuw zijn twee kleine industrieterreinen gelegen in de binnenstad van Winterswijk verkocht. Die opbrengsten zijn belegd in effecten resp. gereserveerd voor aankoop van nieuwe grond.
(omhoog)
beheer en exploitatie van het landgoed
Vanaf de oprichting wordt het landgoed beheerd door de begunstigde, die aanvankelijk op de grond zelf in een huis van de Vicarie woont en de goederen bewerkt of laat bewerken. In de 16 e eeuw was door de bijna permanente oorlogstoestand de inning van pachten uit de landgoederen van de vicarie Sancti Nicolai tot een moeizame en bijzonder frustrerende aangelegenheid geworden.
In 1599 wordt door de Staten van het Kwartier Zutphen het beheer van de vicarie-goederen opgedragen aan de Gedeputeerde Staten.
De wijziging in het beheer wordt door de Staten van Gelre als machtsmiddel afgedwongen om zeker te stellen dat de overheid daadwerkelijk kan beschikken over 1/3 deel van de jaarlijkse inkomsten. Het Doetinchemse Rentambt voert voor de Stichting, vanaf 1616 tot en met 1805, het beheer over haar landgoederen .
Omstreeks 1630 was het in het Kwartier van Zutphen regel geworden dat de geestelijke goederen op verschillende plaatsen in het openbaar werden verpacht voor een periode van zes jaar. In Bredevoort vond ieder jaar (meestal in juli) een publieke verpachting plaats van de boerderijen, weilanden, bouwlanden, renten en garfpachten waarvan het pachtcontract was verlopen
De nieuwe pacht ging dan op de eerstkomende Martini (11 november) voor een nieuwe periode van zes jaar in. Soms werd het inkomen van een vicarie in zijn geheel verpacht, in andere gevallen vond de verpachting in afzonderlijke percelen plaats.
Het beheer over de vicariegoederen kwam vanaf 1808 te liggen bij Dienst der Domeinen te Arnhem van het Ministerie van Financiën.
Op basis van de wet uit 1974 wordt op 31 augustus 1989 het beheer over het landgoed van de Stichting, na ca. 390 jaar, weer overgedragen aan het bestuur van de Stichting. Hierdoor kwam een eind aan de situatie dat er een rijksambtenaar zat op de stoel van de penningmeester. Vanaf deze tijd is de secretaris tevens beheerder van het landgoed.
(omhoog)
Het huis van de Vicarie
Heer Arnold Kremer, de pastoor van Winterswijk, schonk kort voor 1501 ook een huis in de buurtschap Dorpbuer. Heer Hendrik van Basten, de eerste begunstigde, woonde met zijn concubine Grete in de vicariewoning. Dit huis lag aan de rand van het kerkhof bij de Jacobskerk, naast de pastorie.
In laat-middeleeuwse steden en dorpen woonden vicarissen en ndere geestelijken doorgaans in de onmiddellijke omgeving van de kerk en het kerkhof, of op het kerkhof zelf, dat veelal ommuurd was en met de erop staande huizen tot de immuniteit van de kerk behoorde. Het is bijvoorbeeld bekend dat ook heer Hendrik Schoemaker, vicaris van de St.-Antoniusvicarie in begin 16 e eeuw een huis aan het kerkhof bewoonde. Ook andere vooraanstaande inwoners van het dorp hadden hun woning op of rond het kerkhof.
De begunstigde Heer Herman van Basten tekende in 1599 aan dat de vicariewoning naast de pastorie ten tot aan de grond toe was afgebroken: ‘den bouhoff is vernielt end ‘t huis ofte der vicarienwoninge ter aerden geslicht’. Heer Herman had rond 1609 juist uit eigen middelen een ‘speldernijhuijss’ op een van de hofsteden van de vicarie laten bouwen. Tijdens de oorlog had hij echter moeten toezien hoe het krijgsbedrijf zijn bezittingen weer verwoestte: ‘Doch heefft hij moeten lijden ‘twelck andere geestlicke goederen mede overkomen is in de bedroeffde verlopene oorloghstijden, wanneer niet alleen d’huysen in questie, maer andere ontallicke durch overvall end inlegeringh van ruyteren ende knechten ben gerasiert offte durch ‘t ongedurich verloop der inwoneren vervallen’.
Daarna wordt geen melding meer van gemaakt van een vicariehuis.
(omhoog)
De kapel van de Vicarie in Lievelde (Lichtenvoorde)
De Stichting heeft in de gemeente Lichtenvoorde (Lievelde) aan de kruising van de Nieuwendijk en de Voshuttedijk een perceel grond met een bosje en een wegkapel.
Volgens overlevering hebben boeren uit de omgeving, uit dankbaarheid voor de goede afloop van de Tweede Wereldoorlog, deze kapel laten bouwen, samen met pater N. de Wit, kapelaan te Lievelde.
De kapel - met aanvankelijk een houten Mariabeeld - is op 6 oktober 1946 in gebruik genomen door de pastoor van Lievelde, pater S. Goosen. Enkele jaren later is dit beeld vervangen door het huidige beeld. In 1986 is het Mariabeeld gerestaureerd nadat vandalen het zwaar hadden beschadigd. Later zijn twee zijpanelen aan het kapelletje toegevoegd.
Meerdere generaties Van Basten Batenburg hebben in 19e eeuw in de Achterhoek zeer veel grond in cultuur gebracht. Daarvoor werden duizenden hectaren grond aangekocht, ontgonnen en weer verkocht. Onder die percelen bevonden zich het in 1953 verkochte Besselinkschans (of Engelse Schans) en een perceel waarop deze wegkapel zich bevindt. De kapel is door leden van de familie Van Basten Batenburg in 1987 geschonken aan de Stichting Vicarie Sancti Nicolai.
Het is sinds die tijd voor een symbolisch bedrag in erfpacht uitgegeven aan de St. Bonifatius- en Ludger parochie te Lichtenvoorde. De kapel wordt onderhouden door boeren uit de omgeving.
Verwijzingen:
Katja Boertjes, ‘Wees gegroet, kapellen langs velden en wegen in Gelderland’, 1997, Kempen Uitgevers
(omhoog)
bestuur
Sinds de oprichting heeft de collator als bestuurder gefunctioneerd. De collator was tot aan zijn dood rechtens in functie. Ten gevolge van de statutenwijziging van 7 mei 1979, is op 4 juli 1979 een bestuur ingesteld, overeenkomstig de vereisten van Boek 2 Burgerlijk Wetboek. Indertijd is gekozen voor een bestuur naast de collator om de continuïteit van de Stichting te waarborgen. Het bestuur wordt sinds deze statutenwijziging gekozen door een kiescollege.
Het is zeer opmerkelijk dat gedurende vijfhonderd jaar de erfgenamen van een overleden veelal zeer oude collator er steeds in geslaagd zijn ervoor zorg te dragen dat (alle) papieren weer bij het oudste familielid terechtkwamen en hem konden informeren over zijn rechten en plichten. De Wet van Murphy heeft hier desondanks niet toegeslagen. Daardoor functioneert dit cultuurhistorische monument, in tegenstelling tot vele slapende zusterfondsen, thans nog steeds. Het archief van de Stichting berust thans bij de secretaris.
(omhoog)
Andere nog bestaande vicarie-stichtingen
| Stichting de Gecombineerde Vicarieën te Amersfoort (Stg. de Gecombineerde Vicarieën te Amersfoort) |
Amersfoort |
| Stichting Fundatie van een Beneficie Off Praebende voor Twee Dogters uijt de Familie Van Tulleken (St. Dogters Fam. Tulleken) |
Arnhem |
| Stichting fundatie van een beneficie tot voortsettinge van de studien van een meer jongelingen uijt de familie van tulleken (St. Jongelingen Fam. Tulleken) |
Arnhem |
| Stichting Pieter Otto Vicarie (St. Pieter Otto Vicarie) |
Brielle |
| Stichting Vicarieën Roest van Limburg |
Brielle |
| Stichting Vicarie Gevestigd op het Altaar van de Maagd Maria in de Hippolytekerk te Delft (St. Vicarie Hippolytekerk Delft) |
Delft |
| Stichting Vicarie Sint Sebastiani (St. Vicarie Sint Sebastiani) |
Doesburg |
| Stichting Vicarie Mariae Virginis |
Eibergen |
| Stichting Sint Jacobi-of Lutteken Vicarie en Sint Jans Vicarie (Stichting Vicarieën Elburg (S.V.E.) |
Elburg |
| Stichting Vicarie Sint Antonie (St. Vicarie Sint Antonie) |
Geesteren Gld |
| Stichting (Vicarie) Altaar der Romeinen |
Gorinchem |
| Stichting Vicarie Johannis Baptistae |
Gendringen |
| Stichting Vicarie Sanctae Crucis (St. Vic. Sanctae Crucis) |
Groenlo |
| Stichting Vicarie Sanctae Mariae (St. Vic. Sanctae Mariae) |
Groenlo |
| Stichting Vicarie Sancti Antonii (St. Vic. Sanctae Antonii) |
Groenlo |
| Stichting Onze Lieve Vrouwe Vicarie (O.L.V. Vicarie) |
Heerde |
| Stichting Carstijns Capellerije (Carstijns Capellerije) |
Hoorn NH |
| Vicariestichting De Vijf Capellarijen Gefundeerd in de Kerk van Kloetinge (Vicariestichting De Vijf Capellarijen) |
Kloetinge |
| Stichting Prebenden Mariae et Nicolai |
Leiden |
| Stichting Vicarie, Gefundeerd op het Lieve Vrouwe Altaar in de Kerk van Sint-Pancras te Leiden |
Leiden/Zwolle |
| Stichting Sint Joris Vicarie Oene |
Oene |
| Stichting Sint Antonie Vicarie |
Otterlo |
| Stichting de Verenigde Vicarieën van Millingen en Driel (Verenigde Vicarieën Millingen en Driel) |
's-Heerenberg Gld |
| Stichting Vicarie van Tuil (Vicarie van Tuil) |
Tuil |
| Stichting Vicariefonds van de Ridderlijke Duitsche Orde, Balije van Utrecht (Vicariefonds) |
Utrecht |
| Stichting Vicarieën van Waardenburg en Neerijnen (Sticht. Vicarieën) |
Waardenburg |
| Stichting Vicarie Sancti Nicolai van 27 October 1501 (Vicarie Sancti Nicolai) |
Winterswijk |
Het betreft rechtspersonen ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met in hun naam het woord "vicarie", "prebende" of "beneficie"
Versie: 7 december 2001, RvBB
(omhoog
Juridische aspecten van vicarie-stichingen
Juridische achtergrond informatie over vicariestichtingen en informatie over de wijze waarop de Gelderse en nationale overheden in de afgelopen vijfhonderd jaar hiermee zijn omgegegaan, is te vinden in het doctoraal onderzoek: Het toezicht door de overheid op vicariestichtingen. De beëindiging van een overheidstaak. Rijksuniversiteit Leiden 1982, herzien in 1989. U kunt deze publicatie hier downloaden: (PDF-file)
Deze publicatie is tot stand gekomen bij de voorbereiding van een juridische procedure tegen de Staat der Nederlanden, die in 1988 heeft geresulteerd in een uitspraak van de Hoge Raad.
(omhoog)
Het wapen

Beschrijving van het wapen zoals aangenomen door het bestuur
op 25 juni 1998:
In rood een zilveren ankerkruis beladen met een zwarte zespuntige
ster; een zilveren schildhoofd beladen met een rode, goud
gekroonde, dubbelstaartige, gaande leeuw.
Om het schild de tekst STICHTING VICARIE SANCTI NICOLAI
VAN 27 OCTOBER 1501 in zwarte letters op een ovale zilveren
band.
De leeuw verwijst naar het Graafschap Zutphen, waarbinnen
de vestigingsplaats Winterswijk is gelegen. Het ankerkruis
beladen met een zespuntige ster verwijst naar het familiewapen
van de oprichter Herman van Basten en indirect naar het Bisdom
Münster, waarvan de bisschop in 1502 de Vicarie heeft
verheven tot een geestelijk beneficie.
Ontworpen in 1998 door P. Bultsma en R.G.C.M.M. van Basten
Batenburg.
Gedenkpenning van de Stichting Vicarie Sanctie Nicolai
van 27 october 1501, geslagen t.g.v. het 5e eeuwfeest op 27
oktober 2001.
Voorzijde:
Het wapen van de Stichting Vicarie Sanctie Nicolai van 27 october 1501, maar dan rond in plaats van ovaal.
Achterzijde:
Drie schilden worden samengehouden door een zesspakig zilveren rad met op de ronde band de tekst: WINTERSWIJK - 1501 - 27 OKTOBER - 2001:
Batenburg
In rood, op een golvend water van natuurlijke kleur, een gouden geopende burcht met twee vensters en een poort.
Van Basten Batenburg
Gevierendeeld:
I en IV: in rood een zilveren ankerkruis beladen met een zwarte zespuntige ster;
II en III: in rood, op een golvend water van natuurlijke kleur, een gouden geopende burcht met twee vensters en een poort.
Gemeente Winterswijk
In azuur, een springende windhond van zilver, met gouden halsband en het schild gedekt met een gouden kroon van vijf bladeren.
De drie wapenschilden tonen de verbondenheid van het geslacht Van Basten Batenburg en Batenburg en de gemeente Winterswijk met de Vicarie. Het zesspakig rad verwijst enerzijds naar het helmteken van de wapens van deze familie, waaruit de collatoren voortkomen sinds het huwelijk van Maria Helena Catharina van Basten met Jan Hendrik Batenburg in 1782. Anderzijds verbeeldt dit wagenwiel de gaande beweging door tijd en de 500-jarige historie van de Vicarie.
De herdenkingspenning is in 2001 ontworpen door R.G.C.M.M. van Basten Batenburg en P. Bultsma, en in brons geslagen in een oplage van 150 exemplaren, ter gelegenheid van de Vicariedag 500 gehouden op 27 oktober 2001 in huis Bergh te s Heerenbergh. Er is voorts één exemplaar in goud geslagen.
(omhoog)
|